Posts tonen met het label Noordpool. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Noordpool. Alle posts tonen

arctica 33 - Nederlanders en Arctische volken


982 Erik de Rode
Al eeuwenlang worden de randen van het ijs door Nederlanders opgezocht.
Daardoor ook zijn er eeuwenlang contacten tussen inheemse Arctische volken en bewoners uit de Nederlandse delta. Een korte geschiedenis.
In 982 vestigde Erik Thorvaldsson, ook wel Erik de Rode genoemd, zich met aanhang op Groenland, maar vermoedelijk waren al er eerdere bezoeken aan Groenland en Noord-Amerika. De Noormannen (Vikingen) reisden in de gehele toen bekende Westerse wereld. Zij plunderden, maar vestigden zich ook langs de kusten en handelden onder meer in Arctische producten, zoals narwaltanden, walrusivoor, zeehondenvet en levende slechtvalken en ijsberen. Zo kwamen deze producten ook in Nederland terecht. De Noormannen hielden ook slaven. Daarom is het aannemelijk dat Friezen en Hollanders als slaaf op Groenland en in Noord-Amerika terecht zijn gekomen.

In het Vaticaan ligt een verslag van het huwelijk tussen Thorstein Olafsson en Sigrid Bjørnsdatter in de Hvalsey kerk (Qaqortukukooq) in 1408. Daarin wordt vermeld dat in 1410 de laatste bruiloftsgasten naar IJsland terugreisden. Dit is de laatst bekende melding over de Noormannen op Groenland. Het kouder worden, het gebrek aan aanpassing en de verbroken verbinding met IJsland deden de kolonisten verdwijnen.
Poolkaart ter nagedachtenis van Willem Barents (±1550-1597), uitgegeven door Cornelis Claesz, 1598 Amsterdam.
In 1499 werd in het gebied van de Nenets in Noord-Rusland in opdracht van de Moskouwse Tsaar Ivan III (1440-1505) het fort Pustozarsk gebouwd, dat later werd uitgebreid met een klooster. Het fort lag aan een meer langs een zijarm van de Pechora rivier. Van hieruit begon de kolonisatie en evangelisering van Noord-Rusland en Siberië. De Nenets beschikten over een wegennet waarover zij zich met hun door rendieren getrokken sleden zeer snel konden verplaatsen. Het fort is verschillende keren door de Nenets aangevallen en veroverd. In 1660, na hun aanval op het tsaristische garnizoen, werden duizenden Nenets opgehangen. Daarom wordt deze plaats ook wel Galgenkaap genoemd. 500 jaar na dato werd, op de plaats waar het klooster stond, de kolonisatie en evangelisatie van Noord-Rusland herdacht. Nenets richtten aan de andere kant van het meer een eigen gedenkteken op in de vorm van drie godenbeelden, ter nagedachtenis aan de Nenets die vielen in de strijd tegen het Russische fort. Een feit waar Russen niet graag aan herinnerd worden.
Hoe in 1566 een wilt wijf met een kint (Inuk-vrouw en haar kind) precies in Den Haag terecht zijn gekomen is onbekend, maar in het jaar van de Beeldenstorm werden zij in de herberg De Mol tegen betaling tentoongesteld. Beiden waren in robbenvellen gekleed, met de vacht naar buiten. De waardin, Anna Pouwels, wees de zwijgende vrouw op enkele beelden, sommige verguld, andere beschilderd, die haar man in de herberg had verborgen voor de beeldenstormers. De waardin deed voor hoe zij haar handen moest vouwen met de woorden siet lecht u hande samen dit is u heer u godt. De wilde vrouw schudde daarop haar hoofd, vouwde haar handen en sloech haar hooft omhoogh. Een van de aanwezigen was de Haagse schepen voor Scheveningen, visgroothandelaar, veilingmeester, preparateur, amateurbioloog en illustrator Adriaen Coenen (1514-1587). Hij concludeerde dat de vrouw een oprechte godsbeleving onderging: Sij hadde kennis van Godt van Hemelrijcke als ic an dit wel an haer bemerckie.
In december 1577 tekende Coenen in zijn Visboek enkele Inuit met kajak. Behalve op zijn eigen waarneming baseerde hij zich waarschijnlijk op verloren gegane pamfletten met tekeningen van Inuit die de Britse Poolreiziger Martin Frobisher (ca. 1535-1594) in 1577 naar Engeland had meegenomen. Coenen’s prachtig geïllustreerde Visboek is onlangs herontdekt en in 2005 door de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag gerestaureerd, gedigitaliseerd en in facsimile heruitgegeven. Op Scheveningen zijn Coenen’s tekeningen verwerkt in de zitbanken bij de Oude Kerk uit 1413 aan de Keizerstraat en is een straat naar hem vernoemd.

Het Visboek.
De wereld volgens
Adriaen Coenen
(1514-1587)
Florike Egmond
2005 / 239 blz.
Walburg Pers
ISBN 9789057303586
www.kb.nl/visboek
Vrouwengodenbeeld in het museum van Naryan Mar, NAO.
In 1592 kwam Jan Huygen van Linschoten (1562-1611) naar Enkhuizen terug, nadat hij zijn handels- en zeevaartkennis bij de Portugezen had opgedaan. Met geograaf Plancius en de zeevaarders Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck probeerde hij een Noordoostelijke doorvaart naar Indië te zoeken. Die route zou niet alleen korter zijn, maar ook de Portugese en Spaanse hegemonie op de route om Afrika kunnen omzeilen.
Van Linschoten nam in 1594 en 1595 deel aan de eerste twee poolreizen die beiden vastliepen in het ijs bij Nova Zembla. Aan de derde reis in 1596/97, beroemd geworden door de overwintering op Nova Zembla en de dood van Barentsz, deed Van Linschoten niet mee. Anders dan in Gerrit de Veer’s Waerachtighe Beschryvinghe over de overwintering op Nova Zembla uit 1598 doet Van Linschoten in zijn in 1601 gepubliceerde Voyagie ofte Schipvaert van by Noorden om veel uitgebreider verslag van de contacten met de Arctische bewoners. Over de bewoners op het eiland Kildin, voor de kust bij Moermansk, die hij Finnen en Laplanders noemde, schreef hij dat ze bivakkeren in kleine plaggenhutten, waar ze als varkens door elkaar op de grond lagen. Van Linschoten vond het een berooid en mismaakt volk, vuil en smerig van natuur. Ze leefden van de visvangst en verkochten de vis aan Russen.

1624, kaart van Van Linschoten.
Op het eiland Waigatsj ontmoette Van Linschoten Samojeden (een verzamelnaam voor Nenets en Samen) en zag meer dan 400 van hun godenbeelden. Tussen de Nenets en de bemanning vonden verschillende incidenten plaats. Van Linschoten nam beelden naar Enkhuizen mee. Een beeld schonk hij aan het rariteitenkabinet van zijn plaatsgenoot dr. Bernardus Paludanus (1550-1633).
Anders dan Van Linschoten is Gerrit de Veer veel beperkter in zijn beschrijvingen over de contacten met de inheemse bevolking. Zo zweeg hij over de schandelijke manier waarop Jacob van Heemskerck op het eiland Kola een inlandse vrouw misbruikte.
In 1721 liet dominee Hans Egede, afkomstig uit het toen Deense Bergen, zich met zijn gezin en medewerkers door een Nederlandse loods op de Groenlandse kust afzetten. Het zat koning Frederik IV van Denemarken dwars dat de Nederlanders, die op Groenland toen al ruim 100 jaar handel dreven en op walvissen jaagden, zich niet bekommerden om de verspreiding van het evangelie onder de Groenlanders. Berucht waren de afscheidsfeesten (Aasivik) die de Nederlanders hielden voor hun terugkeer naar Nederland. Voor alles wat aan boord nog waarde had en wat gemist kon worden, zoals gereedschap, drank en muziekinstrumenten, werden in plaatsen die nu nog bekend staan onder Hollandse namen als Rodebaai, Vrouwen eilanden, Fortuyn Baai of Liefde baai zeehondenvet, liefde en genen geruild.

Vanaf 1733 reisden ook Herrnhutters naar Groenland om zendingswerk te verrichten. Om op te leiden tot missiehelper namen zij onder andere Inuit mee naar Europa. In het plaatsje Herrnhut in de Duitse deelstaat Saksen liggen graven van Groenlanders. Bij het Zeister Zendingsgenootschap is op het schilderij De Eerstelingen (1747) van predikant Valentin Haidt (1700-1780) Qajarnaq afgebeeld (foto voorpagina), die destijds naar Europa werd gebracht en daar in 1741 overleed.
In mei 2010 brachten de voormalige minister van Economische Zaken, 
Maria van der Hoeven en vertegenwoordigers van Nederlandse bedrijven
 een bezoek aan het Jamal- en Karazeegebied. Foto: EZ.

De geschiedenis herhaalt zich in 2011 in de Bajdaratabaai (Baydaratskaja), waar de grootste gasreserves van Rusland opgeslagen liggen ten westen van het schiereiland Jamal (Yamal, letterlijk vertaald: einde van de wereld) ten zuidoosten van Nova Zembla en Vajgatsj, in de Kara Zee. De bewoners van Jamal zijn Nenets, vroeger Samojeden genoemd. Naar schatting houden zij 500 000 rendieren. Daarnaast zijn Jamal en de wateren eromheen zijn daarnaast een belangrijk natuurgebied met witte dolfijnen, walrussen, ijsberen, ringel-, baard- en zadelrobben. Ook broeden er veel vogelsoorten, die in Nederland overwinteren.
Prirazlom platform.


Het ambitieuze project om het gas uit Jamal te halen en naar Nederland te transporteren, wordt gecoördineerd door de Project Delta Group, een stichting die zich richt op verdere economische samenwerking met Rusland, vooral in het Jamal- en Karazeegebied. In de Project Delta Group zit een twintigtal bedrijven en instellingen, waaronder Boskalis, GasTerra, Geo Plus, Rijksuniversiteit Groningen, Royal Haskoning, Shell, Tideway, TU-Delft, Van Oord. Uitzonderlijk is dat ook het ministerie van Economische Zaken in deze stichting zit, omdat overheden niet in samenwerkingsverband van bedrijven mogen zitten. Belangrijkste Russische partner is gasbedrijf Gazprom. Op naar Jamal!
Arctica 33 / winter 2010-2011;
Geplaatst: 02.10.2013

John Rae 200


28 t/m 30 september 2013 - internationale conferentie
Stromness, Orcaden (Orkney-eilanden).www.johnrae200.co.uk
30 september 2013: herdenking 200ste geboortedag van John Rae

(
Inuktitut = Aglooka ᐊᒡᓘᑲ; English: long strider).

Rae was de eerste Europeaan die de Noordwestelijke Doorvaart gezien heeft. Het was uiteindelijk de Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen die in 1903-1906 als eerste daadwerkelijk de Noordwestelijke Doorvaart bevoer. Terecht heeft Amundsen Rea's ontdekking alsnog erkend en in 1906 de ‘sleutel’ tussen King William eiland en het Boothia schiereiland, boven het Rasmussen Basin de Rae Strait genoemd.
Het is dus niet de onterecht geroemde Sir John Franklin (die net zoals Robert Falcon Scott eerder een goed voorbeeld van onbekwaam  Poolreiziger was), die de Noordwestelijke Doorvaart ontdekte, maar de Schotse arts dr. John Rea, die in opdracht van de Hudson Bay Company op expeditie in het Canadese noordpoolgebied was. Niet op zoek naar overlevende van de Franklinexpeditie, kwam hij Inuit (voorheen Eskimo’s genoemd) tegen, die zilveren lepels van officieren, horloge, ed. hadden gevonden. Ook vertelde de Inuit onder meer dat zij kannibalisme hadden geconstateerd. Rea bracht de voorwerpen naar Londen. Naast dat Lady Franklin beweerde dat haar man de Noordwestelijke Doorvaart had ontdekt, kon zij het niet hebben dat haar man voor kannibaal werd uitgemaakt. Met behulp van de schrijver Charles Dickens voerde zij een campagne tegen Rea’s bericht.
Ken McGoogan schreef o.a. het fascinerende boek: Fatal Passage. The Untold Story of John Rae, the Arctic Adventurer Who Discovered the Fate of Franklin. Ook selecteerde en introduceerde hij: The Arctic Journals of John Rae.

Ook in het National Museum of Scotland in Edenburgh aandacht voor John Rea. Foto's: M. Koolhaas.


26 october 1854 - Rotterdamsche courant - Dag

BUITENLAND. LONDEN den 24 october. Eindelijk meent men iets met zekerheid wegens het lot van sir John Franklin en zijne togtgenooten te weten. Kapitein John Rae, de gezagvoerder over de Poolzee-expeditie der Hudsonsbaai Compagnie, heeft den 29 julij laatstleden, uit Repulsebaai, een brief aan den Secretaris der Admraliteit gezonden, welks hoofdinhoud op het volgende nederkomt:


In de laatste lente ontmoette hij, op zijnen togt over ijs en sneeuw langs de westkust van Boothia, in Pelly-baai eenige Esquimoos, een van welke hem beduidde dat geruimen tijd geleden, blanke menschen, meer westwaarts op, door gebrek aan voedsel gestorven waren, Bij nader onderzoek bleek zooveel dat, in de lente van van 1850, ongeveer veertig menschen gezien waren, sommige van welke eene sloep droegen, en hoe zij door teekenen aan de Esquimoos hadden te vetstaan gegeven dat hun schip of hunne schepen door het ijs verbrijzeld waren, en dat zij nu gingen beproeven of zij zich door de jagt eenig voedsel verschaffen konden. Alvorens afscheid van de inboorlingen te nemen, kochten zij hun eenige levensmiddelen af. Later in hetzelfde jaargetijde werden dertig lijken op het vasteland, vijf andere op een naburig eiland gevonden. Sommigen, denkelijk de eerst bezwekenen, waren begraven, anderen lagen in tenten, nog anderen onder de sloep, en wederom anderen hier en daar verspreid. Een der op het eiland gevondenen scheen een officier te zijn, althans hij had een teleskoop en een geweer met dubbelen loop bij zich. Uit den verminkten staat van sommige dezer lijken meende men het treurig besluit te moeten opmaken dat de ongelukkige zeelieden tot het laatste en verschrikkelijkste middel om den honger te stillen hunne toevlugt hebben moeten nemen. Eene vrij groote hoeveelheid geweren, kogels, buskruid, zakuurwerken, teleskopen, lepels en vorken, was hier en daar bij de lijken gevonden en door de inboorlingen medegenomen, van welke kapitein Rae die voor een gedeelte heeft ingekocht, om naar Engeland overgezonden te worden. Zijn eigen togt, hoewel met talrijke moeijelijkheden vergezeld, was tot hiertoe voorspoedig, en niets van het allernoodigste ontbrak hem of zijnen togtgenooten.

Laatst gewijzigd: 2013 09 24

16 + 17 oktober 2013 - Brussel - Arctic Futures Symposium

Bouche à Oreille conference centre
Rue Félix Hap - Felix Hap Straat 11
1040 Brussels, Belgium / Toegang gratis
Registratie verplicht.
 
This year's Arctic Futures Symposium will focus on responsible Arctic resource development, safe Arctic shipping, sustainable circumpolar communities, and research needed to inform policymaking. These themes reflect Canada's “Development for the People of the North” priorities during its chairmanship of the Arctic Council from 2013 to 2015.
The Arctic Futures Symposium 2013 is an initiative of the International Polar Foundation.

Nederlands onderzoek op Spitsbergen.

Op 15 september 2013 (Nederland 2 VPRO/NTR) stond de uitzending van Labyrint in het teken van het Arctisch Centrum in Groningen. Onder andere met een reportage over het onderzoek aan brandganzen door Dr. Maarten Loonen in Ny-Aalesund op Spitsbergen. Met zijn team ontving hij vorig jaar de Labyrint publieksprijs. Door het ringen van ganzen, het onderzoeken van grassprietjes, het tellen van ganzeneieren en het observeren van burgemeesters (meeuwen), brengt hij het Arctische ecosysteem in kaart. Loonen en zijn medeonderzoekers dragen zo bij aan het in kaart brengen van klimaatverandering en bijbehorende verschuivingen in het ecosysteem. Verder een gesprek met prof. Dr. Louwrens Hacquebord over geopolitiek en de rol van wetenschap binnen de politiek rondom deze speciale locatie Spitsbergen. www.wbpolar.nl
http://www.poolstation.nl

www.wetenschap24.nl

Rusland stuurt marineschepen naar Noordpoolgebied

Moskou, 15 september 2013. De Russische Federatie heeft voor het eerst in 20 jaar weer marineschepen naar de wateren rond de Noordpool gestuurd. Een vlooteenheid rond het zware door kernenergie aangedreven slagschip Pjotr Weliki is bij de Nieuw-Siberische Eilanden gearriveerd.
Dat heeft viceminister van Defensie Arkadi Bachtin in Moskou verklaard: "We zijn voor altijd naar de Arctische wateren teruggekeerd. Voortaan zal de Noordvloot in het gebied rond Frans Jozefland ten noordoosten van Spitsbergen, ten westen van de eilandengroep Severnaja Zemlja en ten noorden van Nova Zembla en de Barentszzee kruisen."
Eerder hebben de Verenigde Staten en Canada hun militaire activiteiten in hun deel van het Noordpoolgebied opgevoerd. De terugkeer naar de militaire aanwezigheid, die ook als kustwacht dient, is de eerste fase van de door president Vladimir Poetin verordende ontwikkeling van de zeewegen. Een noodzakelijke ontwikkeling gezien het toenemende scheepvaartverkeer in de Noordwestelijke Doorvaart. Na de ontbinding van de Sovjetunie in 1991 zette Moskou de arctische patrouilles stop.
De Nieuw-Siberische eilanden zijn te verdelen in: Anzjoe-eilanden (noorden), Ljachovski-eilanden (zuiden) en de Long-eilanden (oosten).
Bron: Belga/de Morgen.
www.demorgen.be

Film: To the Arctic - Omniversum - Den Haag



President Kennedylaan 5 / 2517 JK Den Haag
0900-6664837 (€ 0,35 p.m.) www.omniversum.nl
Dagelijks / Film: Nederlands ingesproken; door Ellen ten Damme; vanaf 6 jaar.
Het filmavontuur To the Arctic onthult een meeslepend verhaal over het gevecht van een moeder ijsbeer en haar zeven maanden oude welpen om te overleven in de Arctische wildernis. Hun thuis wordt door de versnelde klimaatverandering in een rap tempo kleiner. De ijsbeer is wereldwijd het symbool van de opwarming van de aarde, maar To the Arctic laat niet alleen de overlevingsstrijd van ijsberen zien. Ook Inuit komen in de film aan bod.