arctica 33 - Nederlanders en Arctische volken


982 Erik de Rode
Al eeuwenlang worden de randen van het ijs door Nederlanders opgezocht.
Daardoor ook zijn er eeuwenlang contacten tussen inheemse Arctische volken en bewoners uit de Nederlandse delta. Een korte geschiedenis.
In 982 vestigde Erik Thorvaldsson, ook wel Erik de Rode genoemd, zich met aanhang op Groenland, maar vermoedelijk waren al er eerdere bezoeken aan Groenland en Noord-Amerika. De Noormannen (Vikingen) reisden in de gehele toen bekende Westerse wereld. Zij plunderden, maar vestigden zich ook langs de kusten en handelden onder meer in Arctische producten, zoals narwaltanden, walrusivoor, zeehondenvet en levende slechtvalken en ijsberen. Zo kwamen deze producten ook in Nederland terecht. De Noormannen hielden ook slaven. Daarom is het aannemelijk dat Friezen en Hollanders als slaaf op Groenland en in Noord-Amerika terecht zijn gekomen.

In het Vaticaan ligt een verslag van het huwelijk tussen Thorstein Olafsson en Sigrid Bjørnsdatter in de Hvalsey kerk (Qaqortukukooq) in 1408. Daarin wordt vermeld dat in 1410 de laatste bruiloftsgasten naar IJsland terugreisden. Dit is de laatst bekende melding over de Noormannen op Groenland. Het kouder worden, het gebrek aan aanpassing en de verbroken verbinding met IJsland deden de kolonisten verdwijnen.
Poolkaart ter nagedachtenis van Willem Barents (±1550-1597), uitgegeven door Cornelis Claesz, 1598 Amsterdam.
In 1499 werd in het gebied van de Nenets in Noord-Rusland in opdracht van de Moskouwse Tsaar Ivan III (1440-1505) het fort Pustozarsk gebouwd, dat later werd uitgebreid met een klooster. Het fort lag aan een meer langs een zijarm van de Pechora rivier. Van hieruit begon de kolonisatie en evangelisering van Noord-Rusland en Siberië. De Nenets beschikten over een wegennet waarover zij zich met hun door rendieren getrokken sleden zeer snel konden verplaatsen. Het fort is verschillende keren door de Nenets aangevallen en veroverd. In 1660, na hun aanval op het tsaristische garnizoen, werden duizenden Nenets opgehangen. Daarom wordt deze plaats ook wel Galgenkaap genoemd. 500 jaar na dato werd, op de plaats waar het klooster stond, de kolonisatie en evangelisatie van Noord-Rusland herdacht. Nenets richtten aan de andere kant van het meer een eigen gedenkteken op in de vorm van drie godenbeelden, ter nagedachtenis aan de Nenets die vielen in de strijd tegen het Russische fort. Een feit waar Russen niet graag aan herinnerd worden.
Hoe in 1566 een wilt wijf met een kint (Inuk-vrouw en haar kind) precies in Den Haag terecht zijn gekomen is onbekend, maar in het jaar van de Beeldenstorm werden zij in de herberg De Mol tegen betaling tentoongesteld. Beiden waren in robbenvellen gekleed, met de vacht naar buiten. De waardin, Anna Pouwels, wees de zwijgende vrouw op enkele beelden, sommige verguld, andere beschilderd, die haar man in de herberg had verborgen voor de beeldenstormers. De waardin deed voor hoe zij haar handen moest vouwen met de woorden siet lecht u hande samen dit is u heer u godt. De wilde vrouw schudde daarop haar hoofd, vouwde haar handen en sloech haar hooft omhoogh. Een van de aanwezigen was de Haagse schepen voor Scheveningen, visgroothandelaar, veilingmeester, preparateur, amateurbioloog en illustrator Adriaen Coenen (1514-1587). Hij concludeerde dat de vrouw een oprechte godsbeleving onderging: Sij hadde kennis van Godt van Hemelrijcke als ic an dit wel an haer bemerckie.
In december 1577 tekende Coenen in zijn Visboek enkele Inuit met kajak. Behalve op zijn eigen waarneming baseerde hij zich waarschijnlijk op verloren gegane pamfletten met tekeningen van Inuit die de Britse Poolreiziger Martin Frobisher (ca. 1535-1594) in 1577 naar Engeland had meegenomen. Coenen’s prachtig geïllustreerde Visboek is onlangs herontdekt en in 2005 door de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag gerestaureerd, gedigitaliseerd en in facsimile heruitgegeven. Op Scheveningen zijn Coenen’s tekeningen verwerkt in de zitbanken bij de Oude Kerk uit 1413 aan de Keizerstraat en is een straat naar hem vernoemd.

Het Visboek.
De wereld volgens
Adriaen Coenen
(1514-1587)
Florike Egmond
2005 / 239 blz.
Walburg Pers
ISBN 9789057303586
www.kb.nl/visboek
Vrouwengodenbeeld in het museum van Naryan Mar, NAO.
In 1592 kwam Jan Huygen van Linschoten (1562-1611) naar Enkhuizen terug, nadat hij zijn handels- en zeevaartkennis bij de Portugezen had opgedaan. Met geograaf Plancius en de zeevaarders Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck probeerde hij een Noordoostelijke doorvaart naar Indië te zoeken. Die route zou niet alleen korter zijn, maar ook de Portugese en Spaanse hegemonie op de route om Afrika kunnen omzeilen.
Van Linschoten nam in 1594 en 1595 deel aan de eerste twee poolreizen die beiden vastliepen in het ijs bij Nova Zembla. Aan de derde reis in 1596/97, beroemd geworden door de overwintering op Nova Zembla en de dood van Barentsz, deed Van Linschoten niet mee. Anders dan in Gerrit de Veer’s Waerachtighe Beschryvinghe over de overwintering op Nova Zembla uit 1598 doet Van Linschoten in zijn in 1601 gepubliceerde Voyagie ofte Schipvaert van by Noorden om veel uitgebreider verslag van de contacten met de Arctische bewoners. Over de bewoners op het eiland Kildin, voor de kust bij Moermansk, die hij Finnen en Laplanders noemde, schreef hij dat ze bivakkeren in kleine plaggenhutten, waar ze als varkens door elkaar op de grond lagen. Van Linschoten vond het een berooid en mismaakt volk, vuil en smerig van natuur. Ze leefden van de visvangst en verkochten de vis aan Russen.

1624, kaart van Van Linschoten.
Op het eiland Waigatsj ontmoette Van Linschoten Samojeden (een verzamelnaam voor Nenets en Samen) en zag meer dan 400 van hun godenbeelden. Tussen de Nenets en de bemanning vonden verschillende incidenten plaats. Van Linschoten nam beelden naar Enkhuizen mee. Een beeld schonk hij aan het rariteitenkabinet van zijn plaatsgenoot dr. Bernardus Paludanus (1550-1633).
Anders dan Van Linschoten is Gerrit de Veer veel beperkter in zijn beschrijvingen over de contacten met de inheemse bevolking. Zo zweeg hij over de schandelijke manier waarop Jacob van Heemskerck op het eiland Kola een inlandse vrouw misbruikte.
In 1721 liet dominee Hans Egede, afkomstig uit het toen Deense Bergen, zich met zijn gezin en medewerkers door een Nederlandse loods op de Groenlandse kust afzetten. Het zat koning Frederik IV van Denemarken dwars dat de Nederlanders, die op Groenland toen al ruim 100 jaar handel dreven en op walvissen jaagden, zich niet bekommerden om de verspreiding van het evangelie onder de Groenlanders. Berucht waren de afscheidsfeesten (Aasivik) die de Nederlanders hielden voor hun terugkeer naar Nederland. Voor alles wat aan boord nog waarde had en wat gemist kon worden, zoals gereedschap, drank en muziekinstrumenten, werden in plaatsen die nu nog bekend staan onder Hollandse namen als Rodebaai, Vrouwen eilanden, Fortuyn Baai of Liefde baai zeehondenvet, liefde en genen geruild.

Vanaf 1733 reisden ook Herrnhutters naar Groenland om zendingswerk te verrichten. Om op te leiden tot missiehelper namen zij onder andere Inuit mee naar Europa. In het plaatsje Herrnhut in de Duitse deelstaat Saksen liggen graven van Groenlanders. Bij het Zeister Zendingsgenootschap is op het schilderij De Eerstelingen (1747) van predikant Valentin Haidt (1700-1780) Qajarnaq afgebeeld (foto voorpagina), die destijds naar Europa werd gebracht en daar in 1741 overleed.
In mei 2010 brachten de voormalige minister van Economische Zaken, 
Maria van der Hoeven en vertegenwoordigers van Nederlandse bedrijven
 een bezoek aan het Jamal- en Karazeegebied. Foto: EZ.

De geschiedenis herhaalt zich in 2011 in de Bajdaratabaai (Baydaratskaja), waar de grootste gasreserves van Rusland opgeslagen liggen ten westen van het schiereiland Jamal (Yamal, letterlijk vertaald: einde van de wereld) ten zuidoosten van Nova Zembla en Vajgatsj, in de Kara Zee. De bewoners van Jamal zijn Nenets, vroeger Samojeden genoemd. Naar schatting houden zij 500 000 rendieren. Daarnaast zijn Jamal en de wateren eromheen zijn daarnaast een belangrijk natuurgebied met witte dolfijnen, walrussen, ijsberen, ringel-, baard- en zadelrobben. Ook broeden er veel vogelsoorten, die in Nederland overwinteren.
Prirazlom platform.


Het ambitieuze project om het gas uit Jamal te halen en naar Nederland te transporteren, wordt gecoördineerd door de Project Delta Group, een stichting die zich richt op verdere economische samenwerking met Rusland, vooral in het Jamal- en Karazeegebied. In de Project Delta Group zit een twintigtal bedrijven en instellingen, waaronder Boskalis, GasTerra, Geo Plus, Rijksuniversiteit Groningen, Royal Haskoning, Shell, Tideway, TU-Delft, Van Oord. Uitzonderlijk is dat ook het ministerie van Economische Zaken in deze stichting zit, omdat overheden niet in samenwerkingsverband van bedrijven mogen zitten. Belangrijkste Russische partner is gasbedrijf Gazprom. Op naar Jamal!
Arctica 33 / winter 2010-2011;
Geplaatst: 02.10.2013

Klimaat: Overheid gedagvaard

De rechter moet de regering dwingen tot effectief klimaatbeleid. Organisatie voor duurzaamheid Urgenda wil dat de rechtbank de Nederlandse staat beveelt de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in zeven jaar met 40 procent te verlagen.
Bron: Trouw, Joop Bouma, 28 september 2013.

Volgens Urgenda is de rijksoverheid nalatig: Nederland brengt zijn inwoners in gevaar door het ontbreken van een doeltreffend klimaatbeleid. Dat ook andere landen weinig ondernemen tegen de gevolgen van klimaatverandering, doet niet af aan de zelfstandige plicht van de Nederlandse staat om burgers te beschermen tegen de grote risico's door de (versnelde) opwarming van de aarde, zegt de Maastrichtse advocaat Roger Cox.
Cox vraagt namens Urgenda de rechter om Nederland tot ingrijpen te dwingen. De staat moet afspraken uitvoeren die al jaren vastliggen in protocollen, volgend op het VN-Klimaatverdrag, vindt Urgenda. Nederland tekende dat VN-verdrag.
Op 28 september 2013 maakt Urgenda tijdens de milieuconferentie Springtij op Terschelling de meer dan honderd pagina's tellende dagvaarding openbaar. In het document wordt gedetailleerd beschreven op welke punten het klimaatbeleid van Nederland faalt.
Het komt niet vaak voor dat een rijksoverheid in eigen land voor de rechter wordt gedaagd voor haar rol in een mondiaal milieuprobleem. In andere landen, waaronder België, volgen juristen en milieuorganisaties de zaak van Urgenda nauwlettend. Ook elders hebben milieugroepen plannen klimaatbeleid via de rechter af te dwingen.
De organisatie verwijt Nederland ook dat het mensenrechten schendt (het recht op leven, het recht op gezondheid) door geen effectieve klimaatmaatregelen te nemen. Om de eis kracht bij te zetten wil de Urgenda mede-eisers mobiliseren. "Deze rechtszaak gaat over ons en onze nalatenschap aan onze kinderen", aldus de dagvaarding.

Klimaatwetenschappers zijn geen scheidsrechters. Wijnand Duyvendak:
"...Van de klimaatwetenschappers wordt veel te veel verwacht. Ook deze week weer, in Stockholm bij de publicatie van een nieuw rapport van het IPCC, het mondiale forum van klimaatwetenschappers… Ten onrechte  worden de klimaatwetenschappers beschouwd als de scheidsrechters in het klimaatdebat. Dat is hun rol niet. De politiek, en maatschappelijke organisaties, zijn aan zet om een oordeel te vellen over de bevindingen van de wetenschappers.
…Het is opvallend dat de hoofdlijn van de conclusies over de opwarming van de aarde de afgelopen decennia in feite niet is veranderd. De vele pogingen deze te weerleggen, hielden nooit stand in de - soms felle - wetenschappelijke discussies.
…Het onderzoek van klimaatwetenschappers richt zich allengs niet meer op de vraag of broeikasgassen verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde, maar meer en meer op de vraag welke toename van broeikasgassen tot welke effecten leidt. We zien dit jaar in het verslag van het IPCC dat de gevolgen voor de temperatuur wellicht een heel klein beetje minder zullen zijn dan eerder gedacht, maar de effecten op de zeespiegelstijging juist weer behoorlijk groter.
…wat doe je bij een redelijke hoeveelheid bewijs, bij veel bewijs, of bij heel veel bewijs? In essentie is de vraag aan de politiek: welk risico ben je bereid te lopen?
…[met] de [versnelde] klimaatverandering is sprake van een grote kans op ernstige gevolgen voor miljarden mensen, wanneer we in het huidige tempo fossiele brandstoffen blijven verstoken. [Inheemse Arctische volken zullen verdwijnen.] Er zijn onzekerheidsmarges maar deze zijn niet heel groot:  het zou wel eens heel erg mis kunnen gaan in de loop van deze eeuw… niets doen het nemen van een onverantwoord groot risico. Bron: Trouw Opinie 26 september 2013.

2 oktober 2013 – Groningen - Poolpubquiz

Café de Koffer
Nieuwe Blekerstraat 1 (vlak bij het Arctisch Centrum)
Groningen
Inloop 19.00, aanvang 19.30
Entree € 2 pp (incl. een weinig Arctische snack).
Opgeven:
imaka.info@gmail.com of tijdens de IMAKA-lezing
De eerste de echte Poolpubquiz.
Imaka daagt u uit om onder het genot van een drankje en een snack een gezellig avondje te quizzen! De quiz zal alle aspecten van het hoge noorden en het verre zuiden raken – maar zonder een ellenlange lijst met alleen vragen.
Geplaatst: 27.09.2013

30 september 2013 - Amsterdam - Teerzanden



Foto: Shaughn Butts, Edmonton Journal










Info-avond over 'Canada's bloody oil'
Aanmelden bij de servicelijn van Milieudefensie:
servicelijn@milieudefensie.nl of T.: 020 6262620
Voormalig leider George Poitras (Mikisew Cree First Nation) is te gast bij Milieudefensie en zal vertellen over de strijd van zijn volk tegen bedrijven als Shell, die in Canada olie uit teerzand winnen.
Chief George Poitras: "People deserve to know the life and death impacts of the tar sands. Your oil companies and banks are some of the biggest players."

Winning van olie uit teerzand is een ramp. Waar teerzand is afgegraven blijven desolate vlaktes en grote meren met afvalwater achter. In Canada is de productie van teerzandolie al na de oliecrisis van 1973 begonnen. Daar bevindt zich de op een na grootste teerzandolieafzetting met een oppervlakte groter dan Engeland.
In Europa woedt een politieke strijd over het tegenhouden van teerzandolie. Milieudefensie oefent druk uit op politici omdat de Nederlandse regering de belangen van Shell en andere oliebedrijven voorop stelt. Geert Ritsema campagneleider Energie en Grondstoffen gaat dieper in op de Europese strijd tegen teerzand.
Ook op het programma staat een korte film van Milieudefensie en Friends of the Earth:
'Tar sands – to the ends of the earth' over teerzand op Madagaskar.


Athabasca rivier, Alberta. Foto©David Dodge/The Pembina Institute

30 september 2013 - Groningen - Imakalezing


Dubbellezing: de (West-)Siberische volken, hun oral history en culturele dynamiek.
Peter Jordan:
Reconstructing cultural dynamics in Northwest Siberia: archaeology, history and ethnography;
Roza Laptander:
Oral history of Nenets people.
 


Arctisch Centrum / Aweg 30 (ingang Herman Colleniusstraat) / 9718 CW Groningen
19:30 uur (Let op! De deur gaat na dit tijdstip op slot).
Toegang: € 2,00 (inclusief koffie en thee). Voertaal: Engels.

Peter Jordan: Reconstructing cultural dynamics in Northwest Siberia: archaeology, history and ethnography.
This talk will examine the rich cultural history of Northwest Siberia, which lies just behind the Ural Mountains, and consists of the extensive wetlands and floodplains of the Ob River. Although Siberia is often perceived in Europe as being a remote and uninhabited land, this region has been inhabited for many millennia by various hunting, fishing and gathering cultures. Using a combination of archaeological evidence, historical archives and recent ethnographic data, this lecture will look at some of the long- term cultural transformations that have taken place in the region. These include the arrival of new technologies into the area, the incorporation of Siberia into the medieval fur trade, the Russian conquest and colonial period, as well as later Soviet and post Soviet transformations. Specific attention is directed at understanding the history of one ethnic group; the Khanty. Lecture themes include adaptation to northern ecology, historical geography, circumpolar colonisalism, shamansim and spirituality, sacred landscape geography, environmental change, modern Siberian indigenous peoples and cultural resilience.
Peter Jordan is de nieuwe hoogleraar Arctische en Antarctische Studies aan het Arctisch Centrum. Hij heeft een achtergrond in geografie, archeologie en paleo-economie; hij promoveerde op de ethno- archeologie van jager-verzamelaars in West Siberië. 


Roza Laptander: Oral history of Nenets people. 
Her research is called:
 “Socio-cultural change of Uralic languages' minority in 20-21st century Siberia analyzed through Nenets life stories". I do collecting, documenting, describing and analyzing the oral history of Nenets people.  The idea of the project is that all Nenets people’s memories are part of their national history. Methods of oral history help to open the alternative unknown history of Nenets, one of the Uralic language speaking Northern Minority nations of the Russian Federation. In the transitional periods when one political regime changed to another, people’s memories tell us about this time of socio-cultural and political changes in a way how they remember it.  By telling stories about the past Nenets make these events come alive again not just for themselves, but also for young members of their society. Every oral story, every narrative of individuals contains rich information about the previous time, which is usually not available in any written form and they transfer lessons about experiences of the past to the present time, for e.g. how locals intersected with larger social, historical and poli tical processes in a big country such as Russia in the transitional periods when one political regime changed to another. These collected sources tell about the life of Nenets at the beginning of the 20th century until today.
Roza Laptander is onderzoeker aan het Arctic Centre in Rovaniemi in Finland. Zij deed en doet vooral onderzoek op het Yamal schiereiland onder Tundra Nenets rendierherders, onder andere naar hun traditionele kennis en “oral history” en hun traditionele kennis. Maar ook naar de reactie van de Nenets op de invloed van intense ontwikkelingen en industrialisatie van hun traditionele woongebieden. 
Gewijzigd: 25.09 2013. Gewijzigd: 20.11.2013.

Don't call me Eskimo

 

Eskimo’s’ mag en kan echt niet meer.
Respect graag voor de Groenlanders en de andere Inuit in Canada, Alaska en Noordoost-Siberië.
Daar heeft de Inuit Circumpolar Council, de overkoepelde organisatie van de 160.000 Inuit, nadrukkelijk toe opgeroepen in haar resolutie 2010-01 over het gebruik van de term Inuit. Ook termen als Nikkers, Lappen en Samojeden zijn uit den boze. 


Inuit Circumpolar Council Resolution 2010 – 01

On the use of the term Inuit in scientific and other circles
Whereas the Inuit Circumpolar Council (ICC) was founded to promote the rights and interests of Inuit at an international level, as well as to promote the unity of Inuit across four countries; and
Whereas the International Labour Organization Convention 169 on Indigenous and Tribal Peoples and other international conventions recognize the rights of an indigenous people to self-identify; and
Whereas the ILO 169, the UN Declaration of Rights of Indigenous Peoples, and other international conventions promote the rights of indigenous peoples to full realization their social and cultural identity, their customs and traditions; and
Whereas ICC and other Inuit organizations have consistently self-identified as “Inuit” in the context of international matters; and
Whereas the term “Eskimo” is not an Inuit term, and is not one that Inuit have themselves adopted; and
Whereas the scientific, research, and other communities have used inconsistent terms when referring to Inuit; and
Whereas some members of the scientific community have reached out to ICC seeking guidance on how the term “Inuit” should be used in their research and published literature;
Let it therefore be resolved that the research, science, and other communities be called upon to use the term “Inuit”, instead of “Eskimo” and “paleo-Inuit” instead of “paleo-Eskimo” in the publications of research findings and other documents.
Passed by ICC Executive Council at the meeting in Nuuk September 29th, 2010
Aqqaluk Lynge
Chair Inuit Circumpolar Council 
Video geplaatst: 2011.10.06; Gewijzigd: 23.09.2013

John Rae 200


28 t/m 30 september 2013 - internationale conferentie
Stromness, Orcaden (Orkney-eilanden).www.johnrae200.co.uk
30 september 2013: herdenking 200ste geboortedag van John Rae

(
Inuktitut = Aglooka ᐊᒡᓘᑲ; English: long strider).

Rae was de eerste Europeaan die de Noordwestelijke Doorvaart gezien heeft. Het was uiteindelijk de Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen die in 1903-1906 als eerste daadwerkelijk de Noordwestelijke Doorvaart bevoer. Terecht heeft Amundsen Rea's ontdekking alsnog erkend en in 1906 de ‘sleutel’ tussen King William eiland en het Boothia schiereiland, boven het Rasmussen Basin de Rae Strait genoemd.
Het is dus niet de onterecht geroemde Sir John Franklin (die net zoals Robert Falcon Scott eerder een goed voorbeeld van onbekwaam  Poolreiziger was), die de Noordwestelijke Doorvaart ontdekte, maar de Schotse arts dr. John Rea, die in opdracht van de Hudson Bay Company op expeditie in het Canadese noordpoolgebied was. Niet op zoek naar overlevende van de Franklinexpeditie, kwam hij Inuit (voorheen Eskimo’s genoemd) tegen, die zilveren lepels van officieren, horloge, ed. hadden gevonden. Ook vertelde de Inuit onder meer dat zij kannibalisme hadden geconstateerd. Rea bracht de voorwerpen naar Londen. Naast dat Lady Franklin beweerde dat haar man de Noordwestelijke Doorvaart had ontdekt, kon zij het niet hebben dat haar man voor kannibaal werd uitgemaakt. Met behulp van de schrijver Charles Dickens voerde zij een campagne tegen Rea’s bericht.
Ken McGoogan schreef o.a. het fascinerende boek: Fatal Passage. The Untold Story of John Rae, the Arctic Adventurer Who Discovered the Fate of Franklin. Ook selecteerde en introduceerde hij: The Arctic Journals of John Rae.

Ook in het National Museum of Scotland in Edenburgh aandacht voor John Rea. Foto's: M. Koolhaas.


26 october 1854 - Rotterdamsche courant - Dag

BUITENLAND. LONDEN den 24 october. Eindelijk meent men iets met zekerheid wegens het lot van sir John Franklin en zijne togtgenooten te weten. Kapitein John Rae, de gezagvoerder over de Poolzee-expeditie der Hudsonsbaai Compagnie, heeft den 29 julij laatstleden, uit Repulsebaai, een brief aan den Secretaris der Admraliteit gezonden, welks hoofdinhoud op het volgende nederkomt:


In de laatste lente ontmoette hij, op zijnen togt over ijs en sneeuw langs de westkust van Boothia, in Pelly-baai eenige Esquimoos, een van welke hem beduidde dat geruimen tijd geleden, blanke menschen, meer westwaarts op, door gebrek aan voedsel gestorven waren, Bij nader onderzoek bleek zooveel dat, in de lente van van 1850, ongeveer veertig menschen gezien waren, sommige van welke eene sloep droegen, en hoe zij door teekenen aan de Esquimoos hadden te vetstaan gegeven dat hun schip of hunne schepen door het ijs verbrijzeld waren, en dat zij nu gingen beproeven of zij zich door de jagt eenig voedsel verschaffen konden. Alvorens afscheid van de inboorlingen te nemen, kochten zij hun eenige levensmiddelen af. Later in hetzelfde jaargetijde werden dertig lijken op het vasteland, vijf andere op een naburig eiland gevonden. Sommigen, denkelijk de eerst bezwekenen, waren begraven, anderen lagen in tenten, nog anderen onder de sloep, en wederom anderen hier en daar verspreid. Een der op het eiland gevondenen scheen een officier te zijn, althans hij had een teleskoop en een geweer met dubbelen loop bij zich. Uit den verminkten staat van sommige dezer lijken meende men het treurig besluit te moeten opmaken dat de ongelukkige zeelieden tot het laatste en verschrikkelijkste middel om den honger te stillen hunne toevlugt hebben moeten nemen. Eene vrij groote hoeveelheid geweren, kogels, buskruid, zakuurwerken, teleskopen, lepels en vorken, was hier en daar bij de lijken gevonden en door de inboorlingen medegenomen, van welke kapitein Rae die voor een gedeelte heeft ingekocht, om naar Engeland overgezonden te worden. Zijn eigen togt, hoewel met talrijke moeijelijkheden vergezeld, was tot hiertoe voorspoedig, en niets van het allernoodigste ontbrak hem of zijnen togtgenooten.

Laatst gewijzigd: 2013 09 24