Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

Farley Mowat 1921 - 2014

In memoriam
Cagle.com Steve Nease,11 mei 2014.
Op 6 mei 2014 overleed op 92 jarige leeftijd de Schotse rebel, schrijver en activist Farley McGill Mowat thuis in zijn woonplaats Port Hope, Ontario, Canada. Hij werd op 12 mei 1921 in Belleville geboren.
Deze
vroege klokkenluider over de situatie van de inheemse Arctische volken en de vernietiging van natuur en milieu was tot het laatst activist..Hij laat meer dan 40 boeken achter, waarvan ongeveer 17 miljoen exemplaren zijn verkocht en die in meer dan 20 talen zijn vertaald. Hij ontving vele prijzen, zoals in 1981 de Order of Canada. Hij was van 1993 tot 1998 lid van het Comité van Aanbeveling van de Stichting Innu Steungroep (thans Arctic Peoples Alert).
Zijn overlijden heeft de Nederlandse media gehaald, ofschoon hij in Nederland niet zo bekend is. Slechts drie van zijn boeken zijn in het Nederlands vertaald en verfilmingen ervan hebben maar kort in de Nederlandse bioscopen gedraaid.
Amstel
Mowat was een van onze bevrijders. In februari 1941 trad Mowat in dienst van het Hastings and Prince Edward Regiment van het Canadese leger. In juli 1942, tijdens de vaart over de Atlantische Oceaan, werd onderweg een walvis voor een duikboot aangezien. Inmiddels inlichtingenofficier, nam hij in juli 1943 deel aan de landing op Sicilië gevolgd door de opmars door Italië. Als een van de weinigen van zijn regiment overleefde hij deze tocht. Half april 1945 werd hij verbindingsofficier tussen de Nederlandsche Binnenlandse Strijdkrachten in bezet Amsterdam. Achter de linies had hij een spannende tijd en hield hij zich bezig met de organisatie van voedseldroppings. Op 7 mei, vijf dagen voordat hij vierentwintig werd, gaven de Duitse bezetters zich over. Zijn taak werd om Duitse bewapeningssystemen te onderzoeken en te verzamelen. Alles wat hij met zijn 1st Canadian Army Museum Collection Team, gekscherend wel “Mowat’s Private Army” genoemd, vond, werd in een voormalige Duitse barak in Ouderkerk aan de Amstel opgeslagen. Daaronder bevonden zich tanks, twee V1’s en, met behulp van 30 liter De Kuyper jenever, zelfs een V2 raket. Bij het testen van een Duitse eenpersoonsduikboot kwam hij in de modder van de Amstel vast te zitten en werd het spannend of hij nog wel boven zou komen.
Vanuit Antwerpen kon Mowat het Nederlandse schip SS Blommersdiik onder schipper Van Zwol maar een klein deel van het verzamelde materiaal meenemen naar Montreal. Daarmee legde hij de basis voor het Canadese Oorlogsmuseum.
In het voorjaar van 1953 deed hij samen met zijn vrouw zijn tocht door Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog nog eens dunnetjes over. Over zijn oorlogservaringen schreef hij onder andere in The Regiment (1955), And No Birds Sang (1987) en Aftermath (1995).
Ihalmiut
Terug in Canada kon Mowat niet direct zijn draai vinden. Nu zou de diagnose waarschijnlijk zijn: post-traumatische stress-stoornis. Als veteraan kon hij alsnog versneld afstuderen en werd bioloog in dienst van de Northwest Territories. Voor de oorlog was hij al vertrouwd geraakt met reizen in het Canadese Noordpoolgebied. Tijdens zijn onderzoek naar de verdwijning van kariboes, constateerde hij dat de Inuit dat aan de Hudson Bay woont, de Ihalmiut, met uitsterven werden bedreigd. Bij de Canadese regering kreeg Mowat geen gehoor. In zijn boek People of the Deer (1952), dat ook in het Nederlands is als Het Rendiervolk (1972) vertaald werd, vertelde hij het verhaal van de Ihalmiut dat zeer sceptisch en ontkennend werd ontvangen. Ook volgde ontslag. Zijn tweede boek Desperate People (1959) volgde, maar het mocht niet baten: de Ihalmiut zijn er niet meer.
Over zijn onderzoekservaringen naar de wolf die de schuld kreeg van de afname van het aantal kariboes, vertelde hij in het boek Never Cry Wolf (1963), dat in het Nederlands vertaalt werd als Wee de Wolf (1968/1984) en in 1983 werd verfilmd. Een must voor beginnende onderzoekers in het Noordpoolgebied. Ook over dit boek werd Mowat tot voor kort nog aangevallen en ondervond hij levenslang tegenwerking. Lost in the barrens (1958) werd vertaald onder de titel Wolven huilen in de sneeuw (1965). In 2003 werd ook zijn boek The Snow Walker verfilmd en deze film was in de Nederlandse bioscoop te zien.
Siberië 
Verschillende van Mowat’s boeken zijn ook in het Russisch vertaald. Nadat hij net het Canadese Noordpoolgebied bereisd had, reisden hij en zijn vrouw in 1966 als een van de eersten door het Russische Noordpoolgebied. Hun gids was de Tsjoekstjie Juri Rytchëu, waarvan overigens verschillende boeken in het Nederlands zijn vertaald. Deze reis leidde tot het boek Siber (1970) dat in het Nederlands verscheen onder de titel Siberië (1973). Terugkijkend is het juist dit boek dat een gekleurd beeld geeft, omdat Mowat van de inheemse Arctische volken in de toenmalige Sovjet-Unie afzette tegen de situatie in Canada.
Noormannen 
Tijdens zijn reizen door het Canadese Noordpoolgebied kwam Mowat resten van bouwwerken tegen die onmogelijk door Inuit konden zijn gemaakt. Archeologische vondsten hadden inmiddels de Noorse en Groenlandse sagen bevestigd dat Noormannen zich in Noord-Canada gevestigd hadden rond het jaar 1000. Maar de bouwwerken waren duidelijk geen overblijfselen van Vikingactiviteiten. Voor die tijd waren er mensen over zee verdreven door bijvoorbeeld Romeinen en Pikten. Aannemelijk is dan ook dat andere volken in het Canadese Noordpoolgebied terecht waren gekomen. Over de periode vóór de Noormannen schreef Mowat een aantal fascinerende boeken met vragen en vermoedens waarop wellicht ooit een antwoord komt: Westviking (1965) en The Alban Quest (The Farfarers, 1998).
VS en zeehonden 
Mowat was een van de eersten die protesteerden tegen de Canadese zeehondenjacht. Dat bracht hem in 1968 ook even in Amsterdam. In april 1985 wilde Mowat zijn nieuwe boek Sea of Slaughter, over de jacht op zeehonden en walvissen, in de Verenigde Staten promoten. Het was niet zijn “rok” zijn Schotse kilt waarom Mowat op de luchthaven van Toronto door de immigratie-autoriteiten van de VS werd medegedeeld dat hem de toegang tot de VS werd geweigerd. Waarom wel, werd niet duidelijk gemaakt. Buiten Mowat om buitelden een maand lang autoriteiten en media over elkaar. Het leverde een hilarisch maar triest verhaal op: My discovery of America (1985). De VS hadden vele redenen om deze ‘gevaarlijke’ schrijver te weigeren. Zo demonstreerde hij in 1961 tegen de Cubacrisis, in 1963 voor nucleaire ontwapening, reisde door Sovjet-Unie en riep hij: “als die nucleair geladen VS-bommenwerpers over mijn huis vliegen, schiet ik ze met mijn geweer neer”.

Het schip van Sea Shepherd, dat onder Nederlandse vlag vaart en door Canada in beslag werd genomen, draagt zijn naam.
Hij laat zijn tweede vrouw, de schrijfster Claire, Mowat achter, waarmee hij in 1965 trouwde en twee zoons uit zijn eerste huwelijk, Sandy en David.

In his own words: The life and times of Farley Mowat.

John Rae 200


28 t/m 30 september 2013 - internationale conferentie
Stromness, Orcaden (Orkney-eilanden).www.johnrae200.co.uk
30 september 2013: herdenking 200ste geboortedag van John Rae

(
Inuktitut = Aglooka ᐊᒡᓘᑲ; English: long strider).

Rae was de eerste Europeaan die de Noordwestelijke Doorvaart gezien heeft. Het was uiteindelijk de Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen die in 1903-1906 als eerste daadwerkelijk de Noordwestelijke Doorvaart bevoer. Terecht heeft Amundsen Rea's ontdekking alsnog erkend en in 1906 de ‘sleutel’ tussen King William eiland en het Boothia schiereiland, boven het Rasmussen Basin de Rae Strait genoemd.
Het is dus niet de onterecht geroemde Sir John Franklin (die net zoals Robert Falcon Scott eerder een goed voorbeeld van onbekwaam  Poolreiziger was), die de Noordwestelijke Doorvaart ontdekte, maar de Schotse arts dr. John Rea, die in opdracht van de Hudson Bay Company op expeditie in het Canadese noordpoolgebied was. Niet op zoek naar overlevende van de Franklinexpeditie, kwam hij Inuit (voorheen Eskimo’s genoemd) tegen, die zilveren lepels van officieren, horloge, ed. hadden gevonden. Ook vertelde de Inuit onder meer dat zij kannibalisme hadden geconstateerd. Rea bracht de voorwerpen naar Londen. Naast dat Lady Franklin beweerde dat haar man de Noordwestelijke Doorvaart had ontdekt, kon zij het niet hebben dat haar man voor kannibaal werd uitgemaakt. Met behulp van de schrijver Charles Dickens voerde zij een campagne tegen Rea’s bericht.
Ken McGoogan schreef o.a. het fascinerende boek: Fatal Passage. The Untold Story of John Rae, the Arctic Adventurer Who Discovered the Fate of Franklin. Ook selecteerde en introduceerde hij: The Arctic Journals of John Rae.

Ook in het National Museum of Scotland in Edenburgh aandacht voor John Rea. Foto's: M. Koolhaas.


26 october 1854 - Rotterdamsche courant - Dag

BUITENLAND. LONDEN den 24 october. Eindelijk meent men iets met zekerheid wegens het lot van sir John Franklin en zijne togtgenooten te weten. Kapitein John Rae, de gezagvoerder over de Poolzee-expeditie der Hudsonsbaai Compagnie, heeft den 29 julij laatstleden, uit Repulsebaai, een brief aan den Secretaris der Admraliteit gezonden, welks hoofdinhoud op het volgende nederkomt:


In de laatste lente ontmoette hij, op zijnen togt over ijs en sneeuw langs de westkust van Boothia, in Pelly-baai eenige Esquimoos, een van welke hem beduidde dat geruimen tijd geleden, blanke menschen, meer westwaarts op, door gebrek aan voedsel gestorven waren, Bij nader onderzoek bleek zooveel dat, in de lente van van 1850, ongeveer veertig menschen gezien waren, sommige van welke eene sloep droegen, en hoe zij door teekenen aan de Esquimoos hadden te vetstaan gegeven dat hun schip of hunne schepen door het ijs verbrijzeld waren, en dat zij nu gingen beproeven of zij zich door de jagt eenig voedsel verschaffen konden. Alvorens afscheid van de inboorlingen te nemen, kochten zij hun eenige levensmiddelen af. Later in hetzelfde jaargetijde werden dertig lijken op het vasteland, vijf andere op een naburig eiland gevonden. Sommigen, denkelijk de eerst bezwekenen, waren begraven, anderen lagen in tenten, nog anderen onder de sloep, en wederom anderen hier en daar verspreid. Een der op het eiland gevondenen scheen een officier te zijn, althans hij had een teleskoop en een geweer met dubbelen loop bij zich. Uit den verminkten staat van sommige dezer lijken meende men het treurig besluit te moeten opmaken dat de ongelukkige zeelieden tot het laatste en verschrikkelijkste middel om den honger te stillen hunne toevlugt hebben moeten nemen. Eene vrij groote hoeveelheid geweren, kogels, buskruid, zakuurwerken, teleskopen, lepels en vorken, was hier en daar bij de lijken gevonden en door de inboorlingen medegenomen, van welke kapitein Rae die voor een gedeelte heeft ingekocht, om naar Engeland overgezonden te worden. Zijn eigen togt, hoewel met talrijke moeijelijkheden vergezeld, was tot hiertoe voorspoedig, en niets van het allernoodigste ontbrak hem of zijnen togtgenooten.

Laatst gewijzigd: 2013 09 24