Posts tonen met het label Geopolitiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geopolitiek. Alle posts tonen

Koenders bezoekt Arctisch gebied






Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) brengt eind augustus een bezoek aan het Arctisch gebied. De reis begint vrijdag 28 augustus 2015 op het Noorse eiland Spitsbergen, waar de minister een ontmoeting heeft met leden van de grootste Nederlandse Noordpoolexpeditie ooit. Koenders reist daarna naar de Amerikaanse staat Alaska, waar hij op uitnodiging van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry op 30 en 31 augustus deelneemt aan een internationale conferentie over klimaatverandering en het Arctisch gebied.
‘De Noordpool is een uniek gebied dat van groot belang is voor het ecosysteem van de aarde. De snelle veranderingen ter plekke hebben wereldwijd grote gevolgen. Daarom is het van belang om zoveel als mogelijk in internationaal verband te spreken en afspraken te maken over duurzame omgang met het gebied’, aldus Koenders voorafgaand aan de reis.
Volgens Koenders ligt de zorg voor Noordpool niet alleen bij de Arctische landen, maar bij de internationale gemeenschap in het geheel. ‘Nederland draagt daarom per jaar 3,7 miljoen euro bij aan onderzoek op de Noord- en Zuidpool. Daarnaast zijn we als waarnemer actief bij de Arctische Raad.’ De Arctische Raad is een overlegorgaan van de acht Arctische staten.

In het Noorse Longyearbyen heet de minister op 28 augustus de Nederlandse Noordpoolexpeditie SEES welkom. De expeditie wordt georganiseerd door het Arctisch Centrum Groningen in samenwerking met het Willem Barentsz Poolinstituut. Ruim 50 wetenschappers keren dan na twee weken onderzoek terug. ‘Dankzij deze expeditie krijgen we meer inzicht in de gevolgen van menselijke activiteiten en klimaatverandering voor het poolgebied. Dat helpt ons om op een verantwoorde manier om te kunnen gaan met dit kwetsbare gebied’, aldus Koenders.
Daarnaast is het wetenschappelijk onderzoek in de poolstreken een manier om internationaal samen te werken en in gesprek te blijven over dit, ook voor Nederland, strategisch belangrijke gebied. Koenders: ‘Het Arctisch gebied staat in toenemende internationale belangstelling om ecologische, economische, maatschappelijke en geopolitieke redenen. We moeten er alles aan doen om de constructieve internationale samenwerking die tot op heden het Noordpoolgebied kenmerkt, voort te zetten. Het zij aan zij samenwerken door wetenschappers uit alle windstreken helpt daarbij.’
Koenders brengt ook een bezoek aan het Nederlandse onderzoeksstation in Ny-Ålesund en neemt deel aan een symposium waar de onderzoekers een deel van de wetenschappelijke resultaten met elkaar bespreken. Ook zal hij een bilateraal overleg hebben met zijn Noorse ambtsgenoot Brende.
Na het bezoek aan Noorwegen reist de minister door naar Alaska, waar hij bij de internationale GLACIER-conferentie* aanwezig is. Hier wordt gesproken over de gevolgen van klimaatverandering voor het Arctisch gebied en de gevolgen van de veranderingen in het Arctisch gebied voor de rest van de wereld.
‘Het gaat dan niet alleen om ecologische veranderingen zoals bijvoorbeeld zeespiegelstijging, maar ook om economische en maatschappelijke gevolgen’, aldus Koenders. ‘In toenemende mate zullen ook terreinen zoals migratie, politieke stabiliteit en de internationale verhoudingen beïnvloed worden door klimaatverandering. Daar moeten we nu al in internationaal verband over nadenken.’ 


De reis van Koenders gaat vooraf aan de publicatie dit najaar van de nieuwe Nederlandse polaire strategie voor de jaren 2016-2020. 
Ministerie van Buitenlandse Zaken, Nieuwsbericht | 16-08-2015
 

* Conference on Global Leadership in the Arctic: Cooperation, Innovation, Engagement and Resilience (GLACIER)

Finn Lynge 1933 - 2014

In Memorial Finn Lynge
Nuuk, 22 April 1933 – Qaqortoq, 4 April 2014
Finn Lynge passed away in the South of Greenland aged eighty. We not only lost an extraordinary man. He was an exceptional Greenlandic world citizen, advocate for the environment and the indigenous rights and a man who saw the big picture.
He visited the Netherlands many times to participate in sessions of the International Court of Justice in The Hague, the International Whaling Commission, to give lectures, and in the last years in relation to the Earth Charter in which he actively participated. He tried to get other Greenlanders involved in the Earth Charter and brought in Narsaq Agenda 21 in practice.
He made the Greenlandic government aware of the exhibition of human remains in the West-Frisian Museum in Hoorn, The Netherlands which claimed these belong to a Greenlander. Do to investigation by the Greenlandic government it became clear that the remains are not from a Greenlander.
Since we met in Echternach, Luxembourg, in the nineteen eighties, he has learned me a lot. We often discussed the developments around the so called seal issue. The last years he got tired fighting against the import ban on skins of seals (now even a ban on all products of seals). This ban has enormous impact on Inuit in the Arctic who depend on the hunt on seals. But in the EU there is little understanding. Everyone who fights for animal rights should read his book Arctic Wars, Animal Rights, Endangered Peoples (1992).
Finn was a teller of many anecdotes. Once a friend and I met him in the streets of Helsingør and visited him. Finn showed my friend his bone of a walrus penis. My friend earned one point by recognizing this. After that came an auditory ossicle of a whale. Another point. Then came a hair of a mammoth… Then there was the repeated  anecdote about kasuutta (cheers) and op je gezondheid (to your health), which are pronounced in a similar way, which is perhaps explained by the Dutch roots of whalers and traders visiting the west coast of Greenland in the seventeen century before priest Hans Egede landed near Nuuk on a “Dutch” vessel in 1721.
Besides The Hague and Brussels we met mostly in København, the last time in 2010 during the presentation of a new book. In 2008, when he became 75, I was present at his symposium in Narsaq. From there, he went to København and we travelled together, but no place to sit together. So during the whole flight from Narsarssuaq to Kastrup we stood in the isle in the middle of the plane discussing as Finn wrote: “our common efforts to understand our own time”.
I will miss his inspiring talks and hope that his legacy will live on. I wish a great deal of strength to Rie, family, friends and the Greenlandic community. 
Govert de Groot, Arctic Peoples Alert

28 november 2013 - Groningen - Symposium


25th Anniversary Symposium - The Canadian Arctic
Centrum voor Canadese Studies + Arctisch Centrum
9.15 u t/m 12.00 u. Van Swinderenhuis: Glazen Zaal open: 9.00 u.
Oude Boteringestraat 19 - 9712 GC Groningen.
Aanmelding voor dit symposium is niet nodig. poolsymposium.nl
 

Sprekers:
Jeanette den Toonder, Director Centre for Canadian Studies: Welcome.
Peter Jordan, director: Introduction to the Arctic Centre University of Groniningen;Maarten Loonen, University of Groningen (Arctic Centre): “Biological Studies on the Hudson Bay Lowlands near Churchill Manitoba";
David Sproule, Canada’s Ambassador to Norway: “How Canada and the Arctic Council are Supporting Arctic Research”;
Gerlis Fugmann, Director Association for Polar Early Career Scientists (APECS): "Regional Dynamics and Bottom-Up Economic Development in Nunavik and Nunatsiavut".

Gordon Robertson, former deputy Minister of Northern Affairs and National Resources and Commissioner of the Northwest Territories, 1953-1963:
"While the claim of Norway ... was settled in an agreement in 1930 recognizing Canadian sovereignty over the Sverdrup Islands, the Norwegian government specified that its recognition in no way implied approval of the so-called sector principle".
Uit: Ship of Wood and Men of Iron. Gerard Kenney, blz. xiv. 
Geplaatst: 20.11.2013

Olympische vlam maakt tussenstop op Noordpool



AP Photo/olympictorch2014.com


Op 19 oktober 2013 is de olympische vlam voor de Winterspelen in Sotsji in de Russische Federatie aangekomen op de Noordpool. De vlam werd aan boord nucleare ijsbreker 50 Let Pobedy (50 Years of Victory) naar de Noordpool gebracht.

arctica 33 - Nederlanders en Arctische volken


982 Erik de Rode
Al eeuwenlang worden de randen van het ijs door Nederlanders opgezocht.
Daardoor ook zijn er eeuwenlang contacten tussen inheemse Arctische volken en bewoners uit de Nederlandse delta. Een korte geschiedenis.
In 982 vestigde Erik Thorvaldsson, ook wel Erik de Rode genoemd, zich met aanhang op Groenland, maar vermoedelijk waren al er eerdere bezoeken aan Groenland en Noord-Amerika. De Noormannen (Vikingen) reisden in de gehele toen bekende Westerse wereld. Zij plunderden, maar vestigden zich ook langs de kusten en handelden onder meer in Arctische producten, zoals narwaltanden, walrusivoor, zeehondenvet en levende slechtvalken en ijsberen. Zo kwamen deze producten ook in Nederland terecht. De Noormannen hielden ook slaven. Daarom is het aannemelijk dat Friezen en Hollanders als slaaf op Groenland en in Noord-Amerika terecht zijn gekomen.

In het Vaticaan ligt een verslag van het huwelijk tussen Thorstein Olafsson en Sigrid Bjørnsdatter in de Hvalsey kerk (Qaqortukukooq) in 1408. Daarin wordt vermeld dat in 1410 de laatste bruiloftsgasten naar IJsland terugreisden. Dit is de laatst bekende melding over de Noormannen op Groenland. Het kouder worden, het gebrek aan aanpassing en de verbroken verbinding met IJsland deden de kolonisten verdwijnen.
Poolkaart ter nagedachtenis van Willem Barents (±1550-1597), uitgegeven door Cornelis Claesz, 1598 Amsterdam.
In 1499 werd in het gebied van de Nenets in Noord-Rusland in opdracht van de Moskouwse Tsaar Ivan III (1440-1505) het fort Pustozarsk gebouwd, dat later werd uitgebreid met een klooster. Het fort lag aan een meer langs een zijarm van de Pechora rivier. Van hieruit begon de kolonisatie en evangelisering van Noord-Rusland en Siberië. De Nenets beschikten over een wegennet waarover zij zich met hun door rendieren getrokken sleden zeer snel konden verplaatsen. Het fort is verschillende keren door de Nenets aangevallen en veroverd. In 1660, na hun aanval op het tsaristische garnizoen, werden duizenden Nenets opgehangen. Daarom wordt deze plaats ook wel Galgenkaap genoemd. 500 jaar na dato werd, op de plaats waar het klooster stond, de kolonisatie en evangelisatie van Noord-Rusland herdacht. Nenets richtten aan de andere kant van het meer een eigen gedenkteken op in de vorm van drie godenbeelden, ter nagedachtenis aan de Nenets die vielen in de strijd tegen het Russische fort. Een feit waar Russen niet graag aan herinnerd worden.
Hoe in 1566 een wilt wijf met een kint (Inuk-vrouw en haar kind) precies in Den Haag terecht zijn gekomen is onbekend, maar in het jaar van de Beeldenstorm werden zij in de herberg De Mol tegen betaling tentoongesteld. Beiden waren in robbenvellen gekleed, met de vacht naar buiten. De waardin, Anna Pouwels, wees de zwijgende vrouw op enkele beelden, sommige verguld, andere beschilderd, die haar man in de herberg had verborgen voor de beeldenstormers. De waardin deed voor hoe zij haar handen moest vouwen met de woorden siet lecht u hande samen dit is u heer u godt. De wilde vrouw schudde daarop haar hoofd, vouwde haar handen en sloech haar hooft omhoogh. Een van de aanwezigen was de Haagse schepen voor Scheveningen, visgroothandelaar, veilingmeester, preparateur, amateurbioloog en illustrator Adriaen Coenen (1514-1587). Hij concludeerde dat de vrouw een oprechte godsbeleving onderging: Sij hadde kennis van Godt van Hemelrijcke als ic an dit wel an haer bemerckie.
In december 1577 tekende Coenen in zijn Visboek enkele Inuit met kajak. Behalve op zijn eigen waarneming baseerde hij zich waarschijnlijk op verloren gegane pamfletten met tekeningen van Inuit die de Britse Poolreiziger Martin Frobisher (ca. 1535-1594) in 1577 naar Engeland had meegenomen. Coenen’s prachtig geïllustreerde Visboek is onlangs herontdekt en in 2005 door de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag gerestaureerd, gedigitaliseerd en in facsimile heruitgegeven. Op Scheveningen zijn Coenen’s tekeningen verwerkt in de zitbanken bij de Oude Kerk uit 1413 aan de Keizerstraat en is een straat naar hem vernoemd.

Het Visboek.
De wereld volgens
Adriaen Coenen
(1514-1587)
Florike Egmond
2005 / 239 blz.
Walburg Pers
ISBN 9789057303586
www.kb.nl/visboek
Vrouwengodenbeeld in het museum van Naryan Mar, NAO.
In 1592 kwam Jan Huygen van Linschoten (1562-1611) naar Enkhuizen terug, nadat hij zijn handels- en zeevaartkennis bij de Portugezen had opgedaan. Met geograaf Plancius en de zeevaarders Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck probeerde hij een Noordoostelijke doorvaart naar Indië te zoeken. Die route zou niet alleen korter zijn, maar ook de Portugese en Spaanse hegemonie op de route om Afrika kunnen omzeilen.
Van Linschoten nam in 1594 en 1595 deel aan de eerste twee poolreizen die beiden vastliepen in het ijs bij Nova Zembla. Aan de derde reis in 1596/97, beroemd geworden door de overwintering op Nova Zembla en de dood van Barentsz, deed Van Linschoten niet mee. Anders dan in Gerrit de Veer’s Waerachtighe Beschryvinghe over de overwintering op Nova Zembla uit 1598 doet Van Linschoten in zijn in 1601 gepubliceerde Voyagie ofte Schipvaert van by Noorden om veel uitgebreider verslag van de contacten met de Arctische bewoners. Over de bewoners op het eiland Kildin, voor de kust bij Moermansk, die hij Finnen en Laplanders noemde, schreef hij dat ze bivakkeren in kleine plaggenhutten, waar ze als varkens door elkaar op de grond lagen. Van Linschoten vond het een berooid en mismaakt volk, vuil en smerig van natuur. Ze leefden van de visvangst en verkochten de vis aan Russen.

1624, kaart van Van Linschoten.
Op het eiland Waigatsj ontmoette Van Linschoten Samojeden (een verzamelnaam voor Nenets en Samen) en zag meer dan 400 van hun godenbeelden. Tussen de Nenets en de bemanning vonden verschillende incidenten plaats. Van Linschoten nam beelden naar Enkhuizen mee. Een beeld schonk hij aan het rariteitenkabinet van zijn plaatsgenoot dr. Bernardus Paludanus (1550-1633).
Anders dan Van Linschoten is Gerrit de Veer veel beperkter in zijn beschrijvingen over de contacten met de inheemse bevolking. Zo zweeg hij over de schandelijke manier waarop Jacob van Heemskerck op het eiland Kola een inlandse vrouw misbruikte.
In 1721 liet dominee Hans Egede, afkomstig uit het toen Deense Bergen, zich met zijn gezin en medewerkers door een Nederlandse loods op de Groenlandse kust afzetten. Het zat koning Frederik IV van Denemarken dwars dat de Nederlanders, die op Groenland toen al ruim 100 jaar handel dreven en op walvissen jaagden, zich niet bekommerden om de verspreiding van het evangelie onder de Groenlanders. Berucht waren de afscheidsfeesten (Aasivik) die de Nederlanders hielden voor hun terugkeer naar Nederland. Voor alles wat aan boord nog waarde had en wat gemist kon worden, zoals gereedschap, drank en muziekinstrumenten, werden in plaatsen die nu nog bekend staan onder Hollandse namen als Rodebaai, Vrouwen eilanden, Fortuyn Baai of Liefde baai zeehondenvet, liefde en genen geruild.

Vanaf 1733 reisden ook Herrnhutters naar Groenland om zendingswerk te verrichten. Om op te leiden tot missiehelper namen zij onder andere Inuit mee naar Europa. In het plaatsje Herrnhut in de Duitse deelstaat Saksen liggen graven van Groenlanders. Bij het Zeister Zendingsgenootschap is op het schilderij De Eerstelingen (1747) van predikant Valentin Haidt (1700-1780) Qajarnaq afgebeeld (foto voorpagina), die destijds naar Europa werd gebracht en daar in 1741 overleed.
In mei 2010 brachten de voormalige minister van Economische Zaken, 
Maria van der Hoeven en vertegenwoordigers van Nederlandse bedrijven
 een bezoek aan het Jamal- en Karazeegebied. Foto: EZ.

De geschiedenis herhaalt zich in 2011 in de Bajdaratabaai (Baydaratskaja), waar de grootste gasreserves van Rusland opgeslagen liggen ten westen van het schiereiland Jamal (Yamal, letterlijk vertaald: einde van de wereld) ten zuidoosten van Nova Zembla en Vajgatsj, in de Kara Zee. De bewoners van Jamal zijn Nenets, vroeger Samojeden genoemd. Naar schatting houden zij 500 000 rendieren. Daarnaast zijn Jamal en de wateren eromheen zijn daarnaast een belangrijk natuurgebied met witte dolfijnen, walrussen, ijsberen, ringel-, baard- en zadelrobben. Ook broeden er veel vogelsoorten, die in Nederland overwinteren.
Prirazlom platform.


Het ambitieuze project om het gas uit Jamal te halen en naar Nederland te transporteren, wordt gecoördineerd door de Project Delta Group, een stichting die zich richt op verdere economische samenwerking met Rusland, vooral in het Jamal- en Karazeegebied. In de Project Delta Group zit een twintigtal bedrijven en instellingen, waaronder Boskalis, GasTerra, Geo Plus, Rijksuniversiteit Groningen, Royal Haskoning, Shell, Tideway, TU-Delft, Van Oord. Uitzonderlijk is dat ook het ministerie van Economische Zaken in deze stichting zit, omdat overheden niet in samenwerkingsverband van bedrijven mogen zitten. Belangrijkste Russische partner is gasbedrijf Gazprom. Op naar Jamal!
Arctica 33 / winter 2010-2011;
Geplaatst: 02.10.2013

John Rae 200


28 t/m 30 september 2013 - internationale conferentie
Stromness, Orcaden (Orkney-eilanden).www.johnrae200.co.uk
30 september 2013: herdenking 200ste geboortedag van John Rae

(
Inuktitut = Aglooka ᐊᒡᓘᑲ; English: long strider).

Rae was de eerste Europeaan die de Noordwestelijke Doorvaart gezien heeft. Het was uiteindelijk de Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen die in 1903-1906 als eerste daadwerkelijk de Noordwestelijke Doorvaart bevoer. Terecht heeft Amundsen Rea's ontdekking alsnog erkend en in 1906 de ‘sleutel’ tussen King William eiland en het Boothia schiereiland, boven het Rasmussen Basin de Rae Strait genoemd.
Het is dus niet de onterecht geroemde Sir John Franklin (die net zoals Robert Falcon Scott eerder een goed voorbeeld van onbekwaam  Poolreiziger was), die de Noordwestelijke Doorvaart ontdekte, maar de Schotse arts dr. John Rea, die in opdracht van de Hudson Bay Company op expeditie in het Canadese noordpoolgebied was. Niet op zoek naar overlevende van de Franklinexpeditie, kwam hij Inuit (voorheen Eskimo’s genoemd) tegen, die zilveren lepels van officieren, horloge, ed. hadden gevonden. Ook vertelde de Inuit onder meer dat zij kannibalisme hadden geconstateerd. Rea bracht de voorwerpen naar Londen. Naast dat Lady Franklin beweerde dat haar man de Noordwestelijke Doorvaart had ontdekt, kon zij het niet hebben dat haar man voor kannibaal werd uitgemaakt. Met behulp van de schrijver Charles Dickens voerde zij een campagne tegen Rea’s bericht.
Ken McGoogan schreef o.a. het fascinerende boek: Fatal Passage. The Untold Story of John Rae, the Arctic Adventurer Who Discovered the Fate of Franklin. Ook selecteerde en introduceerde hij: The Arctic Journals of John Rae.

Ook in het National Museum of Scotland in Edenburgh aandacht voor John Rea. Foto's: M. Koolhaas.


26 october 1854 - Rotterdamsche courant - Dag

BUITENLAND. LONDEN den 24 october. Eindelijk meent men iets met zekerheid wegens het lot van sir John Franklin en zijne togtgenooten te weten. Kapitein John Rae, de gezagvoerder over de Poolzee-expeditie der Hudsonsbaai Compagnie, heeft den 29 julij laatstleden, uit Repulsebaai, een brief aan den Secretaris der Admraliteit gezonden, welks hoofdinhoud op het volgende nederkomt:


In de laatste lente ontmoette hij, op zijnen togt over ijs en sneeuw langs de westkust van Boothia, in Pelly-baai eenige Esquimoos, een van welke hem beduidde dat geruimen tijd geleden, blanke menschen, meer westwaarts op, door gebrek aan voedsel gestorven waren, Bij nader onderzoek bleek zooveel dat, in de lente van van 1850, ongeveer veertig menschen gezien waren, sommige van welke eene sloep droegen, en hoe zij door teekenen aan de Esquimoos hadden te vetstaan gegeven dat hun schip of hunne schepen door het ijs verbrijzeld waren, en dat zij nu gingen beproeven of zij zich door de jagt eenig voedsel verschaffen konden. Alvorens afscheid van de inboorlingen te nemen, kochten zij hun eenige levensmiddelen af. Later in hetzelfde jaargetijde werden dertig lijken op het vasteland, vijf andere op een naburig eiland gevonden. Sommigen, denkelijk de eerst bezwekenen, waren begraven, anderen lagen in tenten, nog anderen onder de sloep, en wederom anderen hier en daar verspreid. Een der op het eiland gevondenen scheen een officier te zijn, althans hij had een teleskoop en een geweer met dubbelen loop bij zich. Uit den verminkten staat van sommige dezer lijken meende men het treurig besluit te moeten opmaken dat de ongelukkige zeelieden tot het laatste en verschrikkelijkste middel om den honger te stillen hunne toevlugt hebben moeten nemen. Eene vrij groote hoeveelheid geweren, kogels, buskruid, zakuurwerken, teleskopen, lepels en vorken, was hier en daar bij de lijken gevonden en door de inboorlingen medegenomen, van welke kapitein Rae die voor een gedeelte heeft ingekocht, om naar Engeland overgezonden te worden. Zijn eigen togt, hoewel met talrijke moeijelijkheden vergezeld, was tot hiertoe voorspoedig, en niets van het allernoodigste ontbrak hem of zijnen togtgenooten.

Laatst gewijzigd: 2013 09 24