Delays oil drilling in Canadian Arctic



Imperial Oil and its offshore Arctic joint-venture partners are delaying their plans for an ambitious drilling project in the Canadian Beaufort Sea, news organizations reported on 27 Jun 2015.
The partners – Calgary-based Imperial, Exxon Mobil and BP – have asked Canadian officials for seven-year extensions of Beaufort Sea exploration licenses that are currently scheduled to expire in 2020, reported Reuters, the CBC, The Globe and Mail and other news organizations. The joint venture partners concluded they will not be able to complete predrilling work in time to drill a well by 2020, the news organizations reported.
The joint venture ship has been seeking to drill exploration wells at a prospect about 75 miles offshore of Canada’s Northwest Territories.
The Imperial joint venture move came six months after Chevron announced a similar decision to shelve drilling plans for a project farther offshore in the Canadian Beaufort.

Same-season relief wells
In separate proceedings, the Imperial partners and Chevron had previously petitioned Canada’s National Energy Board to change its long-standing rule requiring offshore Arctic explorers to have capability to drill same-season relief wells to kill blowouts. The companies argued that the same-season relief-well rule was overly burdensome and unnecessary.
Chevron dropped its petition for a rule change when it announced its decision to suspend its Beaufort exploration project.

Greenpeace reacts
Imperial officials were not immediately available to comment late Friday. But Greenpeace, which opposes Arctic offshore drilling in the Chukchi and Beaufort seas, was pleased.
“Imperial Oil’s decision to defer its Arctic oil drilling plans in the Beaufort Sea is good news for the Arctic and people all around the world. Drilling in icy waters is extremely technically challenging, and if it is permitted to happen an oil spill is all but inevitable,” Farrah Khan, a Greenpeace Canada Arctic campaigner, said in a statement.
“Instead of pursuing unburnable Arctic oil, the energy industry should move away from harmful and destructive fossil fuel projects, and transition rapidly towards a green energy future based on renewables and energy efficiency,” Khan said in the statement.
29 Jun 2015 by Yereth Rosen, Alaska Dispatch,   eye-on-the-arctic

Statoil and Rosneft prepare for drilling despite sanctions



The Norwegian Statoil and the Russian Rosneft might carry out their first joint drillhole in 2016.
“Preparations for the operations are ongoing”, a representative of the customs authorities in Magadan confirms. The area in question is the northern part of the Sea of Okhotsk, the Russian far east, a part of the comprehensive cooperation agreement between the two companies.
According to the local customs official, the two companies have already settled issues related to the operatorship of the project, newspaper Vedomosti reports with referance to Interfax.
At the same time, Rosneft confirms that it this year has conducted comprehensive research in the Perseevsky license area in the Barents Sea. During a recent research expedition to the area, as well as to other Arctic license areas, a wide range of research operations were made.

Barents cooperation
Rosneft and Statoil in 2012 signed the cooperation agreement which includes exploration and well drilling in the Barents Sea and the Sea of Okhotsk. In both areas, Statoil will cover costs for exploration and drilling. The agreement includes three blocks in the far east and one, the Perseevsky area, in the Barents Sea.
Joint ventures are to be established, of which Rosneft holds 66,67 percent and Statoil 33,33 percent. Needed investments in the project amount to about $40 billion, Rosneft says.
According to the cooperation agreement, a total of six wells are to be drilled in the period 2016-2021.
Source: 18 Jun 2015, Barents Observer by Atle Staalesen.

Farley Mowat 1921 - 2014

In memoriam
Cagle.com Steve Nease,11 mei 2014.
Op 6 mei 2014 overleed op 92 jarige leeftijd de Schotse rebel, schrijver en activist Farley McGill Mowat thuis in zijn woonplaats Port Hope, Ontario, Canada. Hij werd op 12 mei 1921 in Belleville geboren.
Deze
vroege klokkenluider over de situatie van de inheemse Arctische volken en de vernietiging van natuur en milieu was tot het laatst activist..Hij laat meer dan 40 boeken achter, waarvan ongeveer 17 miljoen exemplaren zijn verkocht en die in meer dan 20 talen zijn vertaald. Hij ontving vele prijzen, zoals in 1981 de Order of Canada. Hij was van 1993 tot 1998 lid van het Comité van Aanbeveling van de Stichting Innu Steungroep (thans Arctic Peoples Alert).
Zijn overlijden heeft de Nederlandse media gehaald, ofschoon hij in Nederland niet zo bekend is. Slechts drie van zijn boeken zijn in het Nederlands vertaald en verfilmingen ervan hebben maar kort in de Nederlandse bioscopen gedraaid.
Amstel
Mowat was een van onze bevrijders. In februari 1941 trad Mowat in dienst van het Hastings and Prince Edward Regiment van het Canadese leger. In juli 1942, tijdens de vaart over de Atlantische Oceaan, werd onderweg een walvis voor een duikboot aangezien. Inmiddels inlichtingenofficier, nam hij in juli 1943 deel aan de landing op Sicilië gevolgd door de opmars door Italië. Als een van de weinigen van zijn regiment overleefde hij deze tocht. Half april 1945 werd hij verbindingsofficier tussen de Nederlandsche Binnenlandse Strijdkrachten in bezet Amsterdam. Achter de linies had hij een spannende tijd en hield hij zich bezig met de organisatie van voedseldroppings. Op 7 mei, vijf dagen voordat hij vierentwintig werd, gaven de Duitse bezetters zich over. Zijn taak werd om Duitse bewapeningssystemen te onderzoeken en te verzamelen. Alles wat hij met zijn 1st Canadian Army Museum Collection Team, gekscherend wel “Mowat’s Private Army” genoemd, vond, werd in een voormalige Duitse barak in Ouderkerk aan de Amstel opgeslagen. Daaronder bevonden zich tanks, twee V1’s en, met behulp van 30 liter De Kuyper jenever, zelfs een V2 raket. Bij het testen van een Duitse eenpersoonsduikboot kwam hij in de modder van de Amstel vast te zitten en werd het spannend of hij nog wel boven zou komen.
Vanuit Antwerpen kon Mowat het Nederlandse schip SS Blommersdiik onder schipper Van Zwol maar een klein deel van het verzamelde materiaal meenemen naar Montreal. Daarmee legde hij de basis voor het Canadese Oorlogsmuseum.
In het voorjaar van 1953 deed hij samen met zijn vrouw zijn tocht door Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog nog eens dunnetjes over. Over zijn oorlogservaringen schreef hij onder andere in The Regiment (1955), And No Birds Sang (1987) en Aftermath (1995).
Ihalmiut
Terug in Canada kon Mowat niet direct zijn draai vinden. Nu zou de diagnose waarschijnlijk zijn: post-traumatische stress-stoornis. Als veteraan kon hij alsnog versneld afstuderen en werd bioloog in dienst van de Northwest Territories. Voor de oorlog was hij al vertrouwd geraakt met reizen in het Canadese Noordpoolgebied. Tijdens zijn onderzoek naar de verdwijning van kariboes, constateerde hij dat de Inuit dat aan de Hudson Bay woont, de Ihalmiut, met uitsterven werden bedreigd. Bij de Canadese regering kreeg Mowat geen gehoor. In zijn boek People of the Deer (1952), dat ook in het Nederlands is als Het Rendiervolk (1972) vertaald werd, vertelde hij het verhaal van de Ihalmiut dat zeer sceptisch en ontkennend werd ontvangen. Ook volgde ontslag. Zijn tweede boek Desperate People (1959) volgde, maar het mocht niet baten: de Ihalmiut zijn er niet meer.
Over zijn onderzoekservaringen naar de wolf die de schuld kreeg van de afname van het aantal kariboes, vertelde hij in het boek Never Cry Wolf (1963), dat in het Nederlands vertaalt werd als Wee de Wolf (1968/1984) en in 1983 werd verfilmd. Een must voor beginnende onderzoekers in het Noordpoolgebied. Ook over dit boek werd Mowat tot voor kort nog aangevallen en ondervond hij levenslang tegenwerking. Lost in the barrens (1958) werd vertaald onder de titel Wolven huilen in de sneeuw (1965). In 2003 werd ook zijn boek The Snow Walker verfilmd en deze film was in de Nederlandse bioscoop te zien.
Siberië 
Verschillende van Mowat’s boeken zijn ook in het Russisch vertaald. Nadat hij net het Canadese Noordpoolgebied bereisd had, reisden hij en zijn vrouw in 1966 als een van de eersten door het Russische Noordpoolgebied. Hun gids was de Tsjoekstjie Juri Rytchëu, waarvan overigens verschillende boeken in het Nederlands zijn vertaald. Deze reis leidde tot het boek Siber (1970) dat in het Nederlands verscheen onder de titel Siberië (1973). Terugkijkend is het juist dit boek dat een gekleurd beeld geeft, omdat Mowat van de inheemse Arctische volken in de toenmalige Sovjet-Unie afzette tegen de situatie in Canada.
Noormannen 
Tijdens zijn reizen door het Canadese Noordpoolgebied kwam Mowat resten van bouwwerken tegen die onmogelijk door Inuit konden zijn gemaakt. Archeologische vondsten hadden inmiddels de Noorse en Groenlandse sagen bevestigd dat Noormannen zich in Noord-Canada gevestigd hadden rond het jaar 1000. Maar de bouwwerken waren duidelijk geen overblijfselen van Vikingactiviteiten. Voor die tijd waren er mensen over zee verdreven door bijvoorbeeld Romeinen en Pikten. Aannemelijk is dan ook dat andere volken in het Canadese Noordpoolgebied terecht waren gekomen. Over de periode vóór de Noormannen schreef Mowat een aantal fascinerende boeken met vragen en vermoedens waarop wellicht ooit een antwoord komt: Westviking (1965) en The Alban Quest (The Farfarers, 1998).
VS en zeehonden 
Mowat was een van de eersten die protesteerden tegen de Canadese zeehondenjacht. Dat bracht hem in 1968 ook even in Amsterdam. In april 1985 wilde Mowat zijn nieuwe boek Sea of Slaughter, over de jacht op zeehonden en walvissen, in de Verenigde Staten promoten. Het was niet zijn “rok” zijn Schotse kilt waarom Mowat op de luchthaven van Toronto door de immigratie-autoriteiten van de VS werd medegedeeld dat hem de toegang tot de VS werd geweigerd. Waarom wel, werd niet duidelijk gemaakt. Buiten Mowat om buitelden een maand lang autoriteiten en media over elkaar. Het leverde een hilarisch maar triest verhaal op: My discovery of America (1985). De VS hadden vele redenen om deze ‘gevaarlijke’ schrijver te weigeren. Zo demonstreerde hij in 1961 tegen de Cubacrisis, in 1963 voor nucleaire ontwapening, reisde door Sovjet-Unie en riep hij: “als die nucleair geladen VS-bommenwerpers over mijn huis vliegen, schiet ik ze met mijn geweer neer”.

Het schip van Sea Shepherd, dat onder Nederlandse vlag vaart en door Canada in beslag werd genomen, draagt zijn naam.
Hij laat zijn tweede vrouw, de schrijfster Claire, Mowat achter, waarmee hij in 1965 trouwde en twee zoons uit zijn eerste huwelijk, Sandy en David.

In his own words: The life and times of Farley Mowat.